Onderzoek

Mijn wetenschappelijke loopbaan begon bij het instituut voor Kunstgeschiedenis en
Muziekwetenschap, waar ik in 1998 promoveerde op het proefschrift “Voor en achter het voetlicht”, musici en de arbeidsverhoudingen in het kunst- en amusementsbedrijf 1918-1940. Ik beschreef daarin hoe musici hun loopbanen inrichtten en hoe zij door collectieve belangenbehartiging probeerden hun maatschappelijke positie te verbeteren. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van vele interviews en (auto)biografische documenten van musici die destijds in symfonie-orkesten, bioscooporkesten en de horeca werkzaam waren.

Onderzoekswerk nadien

In 1999 deed ik samen met de sociologe Wilma Tichelaar in opdracht van het Schönberg Kwartet en het Mondriaan Kwartet en het ministerie van OC&W onderzoek naar de marktpositie van strijkkwartetten in Nederland. Doel was meer inzicht te verschaffen in de manier waarop de toenmalige markt voor kamermuziek functioneerde voor strijkkwartetten die al wat langer meedraaiden en nieuwere muzikale richtingen bewandelden.

In 2000 maakte ik voor de Universiteit Groningen een analyse van de activiteiten van alle muziekpodia in Oost-Nederland, met als doel gemeenten en provincies te laten zien waar de witte vlekken waren in het muzikale aanbod en aanknopingspunten voor nieuw beleid te formuleren.

Een beleidsadviserende rol vervulde ik in 2000/2001, toen ik deel uitmaakte van de staatscommissie Hierck, die in het voorjaar van 2001 een advies uitbracht Met het oog op de toekomst over het orkestenbestel in Nederland. Deze beleidsonderzoeken maakten opnieuw duidelijk dat het heel belangrijk is dat musicologen actief participeren in beleid en cultuurpolitiek. Zij kennen de eigenaardigheden van muzikale processen en kunnen de “niet muziekkenners” in beleidsmatige en managementfuncties ondersteunen bij het nemen beslissingen die van belang zijn voor muziekinstellingen, musici, componisten en hun
publiek.

In 2003/2004 woonde ik met mijn gezin in South Pasadena (CA, USA). Daar maakte ik een start met de bestudering van vraagstukken rondom de programmering van klassieke muziekzenders. Na dit buitenlandse jaar besloot ik mijn onderzoek in de richting van
“Mediastudies” uit te breiden. Daarna ben ik mij meer gaan bezig houden met de muziekgeschiedenis van de radio. Ik deed deed onderzoek naar de activiteiten en perspectieven voor de zogenaamde ‘autonome vrije radiostations’ in Nederland en publiceerde over klassieke muziekradio en omroeporkesten.

Naast mijn werk als docent en onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht heb ik de Raad van Cultuur geadviseerd over de toekomst van de symfonieorkesten, het muziekcentrum van de omroep (2010) en de bezuinigingen in de muzieksector (2011).

In 2011 startte ik met een onderzoek naar de muziekstad Utrecht en ontwikkelde samen met Evert Bisschop Boele (voor de stad Groningen)  een mapping methode om wat zich op de formele en informele muziekpodia afspeelt inhoudelijk (muzikale genres, type podia, artiesten) te beschrijven. Een publicatie en datasets (2011, 2013 en 2016) komen in het najaar van 2017 beschikbaar.